The art of letting go

Het begint te wennen

Het leven nam afgelopen week een onverwachte wending. De maandag dat ik voor het eerst weer met mijn laptop gelijk met alle gezinsleden het huis verliet, om – na het hop-on-hop-off-bakfiets-ritueel langs school, crèche en peuterspeelzaal – naar Bagels & Beans te fietsen. De enige plek waar ze koffie en wifi hebben, die rond de klok van schooltijd opengaat. 8.28 uur zelfs staat op hun bordje met openingstijden. Geniaal trouwens, die kleine leuke dingen. Daar word je toch vrolijk van? Maar oké, die maandag dus. Kwam ik blij dartelend als een licht veertje – verlost door het schrijven – thuis. Stak er een kaart uit de brievenbus. Met een grijs randje. Je weet wel. De enige soort kaarten die je liever niet krijgt. Een oude vriend van me. 73 jaar jong. Een paar weken daarvoor belde hij me. “Ga maar even zitten. Ik heb niet zo’n goed nieuws. Ik ben heel ziek. En het gaat echt niet goed.” De volgende ochtend was ik bij hem. Hielden we elkaars hand vast. Waren we stil. Hebben we gelachen. En verstopte ik een traan.

Het afscheid

Twee weken later nam ik afscheid. Gelukkig kreeg ik die kaart. Het was een besloten uitvaart. Benieuwd of ‘onze liedjes’ gedraaid zouden worden zat ik in de crematiezaal. Onhebbelijke stiltes en ongemakkelijke knikjes naar mensen die ik niet of een heel klein beetje ken. Het bekende broodje ham en kaas na. Gelúkkig gevolgd door een broodje kroket. Dat brak zo lekker het… moment. Vega als ik al anderhalf jaar was zei ik enthousiast, om de boel een beetje op te krikken: “Natúúrlijk! Ik weet zeker dat André graag had gewild dat we nog een vette hap op hem zouden eten.” Ik haalde herinneringen op met mensen aan de ronde tafel. Ik ging alleen en kwam alleen. In de tussentijd zocht ik met twee oude bazen (oud als in van mijn werk van vóór 2009) naar tekens van herkenning. Hadden zij dezelfde soort herinneringen? Doet er ook niet toe. Ik heb ze wel en ik koester ze enórm.

Beter een ouwe vriend dan een hippe ‘social’ feed

“Je krijgt een aai over je bol”, eindigde hij steevast het telefoongesprek mee, wanneer we zo nu en dan belden. Want zo’n vriend was het. Als er stront aan de knikker was, was hij er. Kwam kraamschudden. Bij het afscheid van mijn ouders. Bij liefdesverdriet (long time ago, maar toch, hij was er). Nam hij me mee naar de beste bonbonbakker of reden we naar Duitsland om vers appelgebak met slagroom te eten. Zette de stoelverwarming kneiterwarm en de radio keihard. Om de muziekkennis een beetje up to date te houden: komt dat luisteren. Andrea Berg met ‘Du hast mich 1000 mal belogen’. En The Rolling Stones met ‘You Can’t Always Get What You Want’. Steevast eindigde het met De avond van Boudewijn de Groot. Hij keek me aan bij “misschien heb ik al een kopje thee voor je gezet”, hoopvol dat ik ooit ook een leuke vriend zou treffen. Check.

Geniet, maar niet met mate. 

Hij hield van snoep. Het liefst vaak en veel. Leed aan diabetes. Ook vaak en veel. En toch genoot hij. Of juist daardoor. Ik weet het niet zeker. Maar wel dat hij vaak en veel genoot. Volop leefde. In de wereld die ogenschijnlijk klein was, maar het was zíjn leven. En dat van zijn vrouw. Zijn kinderen en kleinkinderen. Wanneer ik me weer eens te veel zorgen maakte, klonk steevast de oneliner: “Over 100 jaar, praat niemand er meer over”. Jaren geleden grapten we dat hij geen teenslippers meer aankon. Zijn eerste teen werd geamputeerd. De levensstijl eiste het tol voor de diabeet. Velen volgden. Allemaal eigenlijk, in de loop der jaren. Inclusief een onderbeen aan het ene been. Het andere been had een klompvoet. Zijn onderbeen stond in de hoek naar me te kijken. Kunst, dat wel. Maar toch. Het stond er maar. Hij was enorm kunstliefhebber ook trouwens. Wat deze verwondering met me doet? Voelen dat het leven er echt is om geleefd te worden. Dat tegenslagen erbij horen. Je niet bij de pakken neer moet zitten. “Dust yourself up and try again” wanneer het tegenzit. Keer. Op keer. Op keer. This is life. 

I rest my case. 

Ik ga zo even een vriendin verwennen. Het leven vieren. Eren. Dat heeft het wel verdiend. Want mán, wat doet het leven zijn of haar best. Het ons naar onze zin te maken. Ons te prikkelen wat van het leven te maken. De zon te laten schijnen als er pittig nieuws komt, tranen te geven om te helen, muziek aan te reiken in yin-yogalessen die je zwak – uhhh zacht – maakt. Spotify om liefdevolle lijstjes te maken. “Pap <3”, “Debby <3” en ‘Oma’s aan de top’ van K3 voor mijn moeder. Helaas heeft ze mijn kindjes nooit leren kennen. Vandaar dat ik vanmorgen met mijn twee jongste jongens (2 en 3) plantjes, kaarsjes en een engeltje kocht (“Mama, die is in de blooote billen, hihi!”). Toen we weg wilden fietsen, nadat ze alles hadden helpen mooimaken bij de graven, zei de Middelste: “Nee, mama, niet weggaan! Ik wil nog langs de speeltuin!”. Opa en oma hebben een eigen speeltuin, in de ogen van mijn kleintjes. Het is de speeltuin bij de kindergrafjes…. Gelukkig scheen de zon. 

Oh ja, trouwens. Aan het sterfbed van voormelde vriend, haalden we mijn droom weer naar boven van schrijven. En interviewen. Hij vergeleek me vaak met een presentatrice op de Duitse tv. Zag me dat zo doen. En “korte verhalen schrijven.” 

Here I am.

“I am master in the art of letting go.”
~ Fia (Spotify

Photocredits Huy Hóng Hót & Photo by Kaushik Panchal on Unsplash 

 

Gepubliceerd op 8 november 2019

Geschreven door: WendyRaakt

Wendy ter Bekke schrijft naar hartenlust over uiteenlopende onderwerpen als persoonlijke ontwikkeling, wereldse uitdagingen, literatuur en alledaagse kleinigheden. Diepgang met een knipoog.

Reageren? Graag! :)

Ik vind het leuk om een reactie van je te ontvangen. Uiteraard publiceer ik je e-mailadres niet online.
PS Velden gemarkeerd met * graag even invullen, thanks!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *