Verslaafd aan de liefde

Hoe het begon

Yusuf en Lisa Yilmas zijn de liefdevolle ouders van Anwar, een jongeman eind twintig. Lisa leerde ik begin dit jaar kennen en telkens las ik haar een kaartgedicht voor, in de kadans zoals ik hem bedoeld en geschreven heb. Ook al is ze de Nederlandse taal zeer machtig, de klemtonen en ritmes die ik in de teksten heb zitten, raken haar meer zodra ik begin te praten. Telkens bleek het gedicht dat ik uitkoos raak. “Waaaat? Holy!! Iedere zin klopt. Het lijkt wel of het speciaal voor ons is geschreven.” Vervolgens doken we een beetje de diepte in en zo leerde ik een hoofdstuk van haar levensverhaal kennen. “Ik zou wel een boek kunnen schrijven”, zei ze wel eens.

Verhalen en vertellen kwamen samen en so this story begins.

The true story
Zoonlief Anwar is verslaafd. Zwaar verslaafd. Gokverslaafd. Het beheerst zijn leven volledig en ook dat van zijn dierbaren. Ook al is hij de ‘halve Abraham’ al voorbij, hij woont nog thuis in hotel Mama & Papa. Dat klinkt gezelliger dan het is, al zijn zijn ouders superhartelijk, levendig en netjes. Het gaat er vaak heftig aan toe in Huize Anwar. Status quo: momenteel verblijft Anwar bij familie. De familie woont vlakbij, in dezelfde wijk zelfs. Dat is beter voor iedereen, maar overduidelijk geen ‘nice to have’ maar ‘need to have’. In de onmacht die Anwar overvalt wanneer hij geen geld om te gokken krijgt van zijn ouders, wordt het zwart voor zijn ogen. “Hij leeft eigenlijk op straat. Het is vijf voor 12.”

Verslaving

Een verslaving is lichamelijk en/of geestelijk afhankelijk zijn van één of meerdere middelen. De afhankelijkheid daarvan gaat gepaard met het gedwongen doorgaand gebruiken van het middel of middelen.

Anwar lijkt verslaafd te zijn aan drie middelen: joints, gokken en… de liefde van zijn ouders. En toch…

“Mama, ik maak je dóóóóóód!”
“Mama, ik maak je dóóóóóód! Het komt allemaal door jou!” waren de woorden die moeder Lisa naar haar hoofd geslingerd kreeg. Daarna volgde de metalen tissuehouder. Ze kon hem net ontduiken. Ze vluchtte naar de wc, sloot zichzelf op en belde stiekem haar man. Kort daarna kwam haar man, vergezeld door de Politie naar binnen. De zoveelste keer dat de Politie aan huis komt. Helaas ook de zoveelste keer dat ze met lege handen weer gaan. Vader en moeder Yilmas staan met de rug tegen de muur en delen openhartig go’s en no go’s van verslaving. “Er is geen bloed te zien, we kunnen niets voor u doen, mevrouw” zijn de zinnen die moeder Lisa inmiddels kan dromen. Wanneer ze het gat in de muur en vloer laat zien, die gevolg zijn van de tissuehouder die moeder net kon ontwijken, is het niet overtuigend genoeg voor de Politie. ‘Net niet’ is niet erg genoeg. Vader en moeder voelen zich machteloos, schuldig en bovenal slechte ouders. Moeder voelt zich schuldig, want ze is ‘te goed’ voor hem geweest. Ze heeft hem “teveel verwend”. “Daar komt het allemaal door, zeggen mijn zoon en man vaak tegen me. Dus het is het mijn schuld.” 

Waar komt het vandaan dat Lisa hem zo verwende? 

Vooropgesteld: de bron was liefde. Dus om dan over ‘schuld’ te spreken?

“We hebben twee Anwar’s. De een is dood, de ander zwaar verslaafd.”
~ Moeder Yilmas

“Binnen één jaar heb ik twee Anwar’s in handen gehad”
We gaan terug in de tijd. Moeder Lisa was al moeder van Elize (destijds vier jaar) en hoogzwanger van de tweede. Lisa heeft veel zorgen, veel stress. Allesbehalve een onbezorgde zwangerschap. Ze wilde een einde aan haar leven maken. Gelukkig gebeurde dat niet. Zoontje Anwar werd geboren en moeder was - korte tijd - in de zevende hemel. De kleine baby overlijdt helaas na vijf dagen. “Het hartje was niet compleet. Daar waren we kapot van. Ik wilde gelijk een ander kindje, het liefst een jongen. Drie maand later was ik weer zwanger. Van een jongen. En we noemden hem Anwar. Binnen één jaar tijd heb ik twee Anwar’s in handen gehad. En die tweede Anwar hebben we dus héél erg verwend. Niemand mocht aan hem komen. Niemand mocht iets over hem zeggen. Ik was te beschermend. Hij mocht alles. Hij kwam niets tekort. Omdat de ene Anwar was overleden, wilde ik deze dubbel verwennen. Ik was zuinig, zo zuinig, te zuinig. Omdat ik bang was, nog steeds bang ben, dat ik hem óók verlies. Daarom denken wij, dat hij zo is geworden. Dat heb ik gedaan.” 

Uit liefde.

Uit liefde, maar ja.
Moeder Lisa: “Maar ja, het is niet goed voor hem.” De basisschool begon hij goed. Maar hij liep op zijn tenen, zeiden de leraren in groep drie. Hij werd overgeplaatst naar speciaal onderwijs, met de toezegging dat hij altijd terug zou kunnen. “Dat is helaas nooit gebeurd. Ze hebben ons geschaad. Ze zijn hun belofte niet nagekomen. Want op een normale basisschool was hij beter af geweest. De omgeving, de leerlingen, zijn zo anders op speciaal onderwijs dan bij regulier onderwijs.” 

“Mama, ik hóór hier niet. Mama, ik hóór hier niet.”, zei Anwar tegen zijn moeder. “Allemaal blowen, foute dingen doen, drugsgebruik, dat soort dingen. Ik hóór hier niet.” Hij moest blijven. Ouders voelden dat ze geen keus hadden, dat ze met de rug tegen de muur stonden en als ouders ‘lager’ in rangorde dan de leraren. “Daar zijn de problemen begonnen. Vanaf een leeftijd van 13, 14 werd Anwar boos en agressief op school, werden we gebeld door leraren.” Vader Yilmas: “Echt, ik zou je - welke problemen je kind ook heeft - nooit, maar ook nooit naar speciaal onderwijs doen. Hij heeft daar niets geleerd. Het is geen school, maar dagbesteding. Anwar werd anderhalf jaar mishandeld door jongeren en jongvolwassenen die ouder dan hem waren. Dat heeft hem zo gemaakt hoe hij is. Hij heeft het al die tijd voor zich gehouden en uiteindelijk nooit verwerkt, eigenlijk. Hij werd kort af, wilde niet behandeld worden, wilde niet naar een psychiater. Hij heeft het allemaal opgekropt en is heel onzeker.” 

En daarom blaft hij zo hard. 

Het geld was op
Moeder Yilmas: “Op school had hij problemen en thuis gingen we - ook - tegen hem in. Het zat hem allemaal tegen. Dan was zijn telefoontje kapot, dan was zijn geld kwijt, dan was zijn fiets helemaal kapot. En wij maar mopperen. Wat is er toch met je aan de hand, jongen? Práát, ga zitten, gooi het eruit. Bleek later dat hij afgeperst werd door jongeren. Ze hem dwongen om te springen zodat ze konden horen of er geld in zijn zakken zat. Hij durfde niet eens naar buiten. Hartverscheurend, dat je kind dat heeft meegemaakt.”
Ze zeiden: “We gaan je ouders vermoorden als je wat zegt.” Vader greep in: “Een van de jongeren was 18 jaar en ik ben naar zijn huis gegaan, heb aangifte gedaan, alles.” De jongen heeft een half jaar gevangenisstraf gekregen.

Terloops, vrij nonchalant en we zijn al een aardig eind op weg in het levensverhaal, begrijp ik dat vader Yilmas vroeger ook gokverslaafd was. Aha!

Hopeloos en hoogzwanger op de wc
“Sinds ons huwelijk en tijdens de jonge kinderjaren van onze dochter gokte mijn man. Ik wist het in eerste instantie niet. Totdat…” [even is het stil] “Ik heb de Politie erbij gehaald. Hij had óók geen controle. Het was zover dat ik zelfmoord wilde plegen. Ik sloot me op in de wc, zwanger. Ik stond met de chloorfles in mijn handen. Totdat ik ‘wakker’ werd en besefte: ik heb Elize. Ze is vier. En ik ben hoogzwanger. Ik dacht aan mijn kindjes. 

“Of ik, of de gokkast”
~ Moeder Yilmas

“Ik stelde mijn man de keuze: of ik of de gokkast. Hij koos voor mij. Maar hield zich niet aan zijn woord. Hij gokte verder. Ik was gebroken. Snel daarna werd Anwar geboren. Hij was vijf daagjes. En toen overleed hij. Dat schudde Yusuf wakker. Vanaf dat moment heeft Yusuf de (financiële) controle aan mij overgedragen. Alles veranderde. Alle pinpassen werden ingeleverd, er werd niet meer gegokt en hij kreeg weekgeld van mij.”

Vader: “Ik moest wel. Iedereen heeft van alles geprobeerd, ze wilden me uit huis halen, weg bij mijn gezin. Niets werkte. Tot ik van binnen wakker werd en besefte: nu moet ik iets doen om te stoppen. Ik ben naar de bank gegaan, heb duizend euro opgehaald en mezelf de uitdaging gegeven: deze duizend euro is sterker dan mijn gokverslaving. Ik zocht de gokkasten op, maar gaf geen cent uit. Ik hield de duizend euro op zak, een jaar lang. Sindsdien heb ik nooit meer gegokt.”. Moeder Yilmas haakt erop in en daaruit merk ik dat ze die periode op een heel eigen manier beleefd heeft: “Ik denk dat ik destijds zoveel verdriet heb gehad, dat het kindje dat ook gevoeld heeft. Daarom heeft het hartje niet kunnen helen. Het hartje was niet compleet.”

Angst voor de dood blijft de familie achtervolgen. 

Het verlies van hun zoontje Anwar, transformeert naar overdadige - goedbedoelde, uit angst gevoede - liefde voor hun andere zoon Anwar. Hij wordt overladen met liefde, aandacht, zorg en meer. Maar hij werd niet gelukkig.  

“Wij hopen dat Anwar ook het licht ziet en gaat stoppen met gokken.”
“Ik kom nooit meer terug, ik ga zelfmoord plegen, ik ga van de flat springen.” was wat Anwar zei op avonden dat hij niet meer thuis mocht komen. Een straatverbod heeft hij ook meermalen gehad. En toch… bad moeder in de hoop dat haar zoon toch thuis zou komen. Zo bang dat ze was om nóg een zoon te verliezen. “Om drie uur ‘s nachts ging de deurbel. Anwar was thuis. Een slaak van opluchting ging door moeder heen. We hebben hem toch maar binnengelaten.”

De bron is liefde
Ik hoor het allemaal aan, merk dat alle schuld op moeder’s schouders is geschoven, maar ‘zo vader, zo zoon’ dan?
En wat als alles uit liefde gedaan is?

Wanneer ik haar vraag wat ze haar dochter of beste vriendin zou adviseren, wanneer diens kind deze problemen had, zegt ze resoluut: “Iets anders.”

Al denkt moeder dat ze te laat is met hun zoon alsnog het juiste pad te wijzen, vervolgt ze: “Ik heb hem liever bij mij thuis, dan dat hij in een instelling is voor een half jaar. Thuis escaleert het echter met de dag meer. Hij is nu sinds een tijdje bij familie. Wij kunnen hem niet meer helpen. We wachten op plaatsing in een kliniek en éindelijk lijkt een traject in zicht. Binnenkort start een proefweek.”

Dat maakt het even hoopgevend als spannend.
Hoopgevend, omdat er plek is.
Spannend, omdat moeder bang is dat hij in een kliniek alsnog zelfmoord pleegt. 

Anwar is zoekende, hij wil ook hulp inmiddels. Hij roept vaak: “Ik ben dit leventje zat”.

“Als hij geld heeft, is hij gelukkig.”
Lisa: “Laat hem los…. laat hem los, is wat iedereen zegt. Maar dan ben ik bang dat hem iets overkomt. Nee, dat kan ik niet.” Op de vraag of hij gelukkig is, antwoordt ze: “Als hij geld heeft, is hij gelukkig.” Zoon Anwar zegt zelf al jaren lang: “Wat is dit voor leven? Dit leven wil ik niet meer. Dit is toch geen leven.” Hij is heel bang voor de dood. Mijn man zegt vaak: “Je hebt hem zo gecreëerd, doordat je hem zo klein houdt, maak je hem niet volwassen.”. Doordat hij dit zo vaak zegt, ben ik erin gaan geloven.”

“Mijn kindje is nu 27 jaar.”
~ Moeder Yilmas (ze doelt hiermee op de ‘kleine’, eerste Anwar)

Moeder spreekt een psycholoog van de kliniek en antwoordt op de vraag: ‘Hoe erg is het met Anwar?’: “Ken je het programma Verslaafd? Het is tien keer erger!” Dat was voor de psycholoog de druppel. Het is nog even wachten wanneer hij voor de proefplaatsing mag, maar lang gaat het niet meer duren. 

Vader, die spreekt uit ervaring: “Hij moet vóelen waar hij het voor doet. Wat hij te verliezen heeft.” Wij moeten hem daarom duidelijk maken dat wanneer hij de proefplaatsing niet afmaakt of voortzet in een langdurige plaatsing, hij thuis niet meer welkom is. Dat hij zich dan mag melden bij Humanitas. Hij zal moeilijk gaan doen, zal ons proberen te overtuigen dat de kliniek geen pretje is. Hij mag er niet gokken en blowen, hij zal af moeten kicken in die proefweek.”

En dan moet moeder sterk zijn.

Terwijl we genieten van zelfgemaakte baklava, humus en gegrilde courgette praten we verder. En verwonderen ons over moederliefde, angst voor de dood, vasthouden uit angst, niet durven loslaten als liefde, totdat…

“Ik begrijp Anwar wel hoor, honderd procent.”
~ Vader Yilmas

 

Yusuf: “Van mijn elfde tot mijn achttiende heb ik in oorlog geleefd. Eerst in Syrië, later in Libanon. De oorlog bleef maar doorgaan. Ik kon mijn aandacht niet bij school houden. Ik heb ik Libanon nooit gegokt, ik heb altijd héél hard gewerkt, verdiende meer dan mijn vader en mijn broer. Ik had geen tijd om te gokken, geen behoefte om te gokken. Totdat ik naar Nederland kwam. Ik begrijp Anwar wel, dat hij is gaan gokken. En ik verwijt het de instanties. Hij heeft geen bezigheid, is afgekeurd met een Wajong-uitkering en daarmee houdt op. “Wat moet ik dóen dan?”, is wat Anwar vaak vraagt. De instanties zeggen dat hij PDD-NOS heeft, hij is erop getest. Hij voelt zich heel minderwaardig en onzeker. Hij heeft geen doel, geen ‘dagbesteding’.” 

[over een heel andere boeg, vervolgt vader zijn verhaal]

“De oorlog heeft me heel sterk gemaakt. Ik heb er nooit last van gehad. Tot nu. Nu ik thuiszit, in de Ziektewet.” Twee jaar geleden kreeg vader Yilmas de diagnose neusholtekanker, hoogstwaarschijnlijk te wijten aan een schadelijke stof die in de lijm zat van de tijd dat hij trappenmaker was. Sinds die twee jaar is het bergafwaarts gegaan met zoon Anwar.” Corona was het laatste duwtje in de verkeerde richting. Anwar kon niet meer naar de sportschool, had nog minder afleiding en mogelijkheid tot (natuurlijk) afreageren. Nog minder te doen voor beide heren Yilmas. Nog meer te stellen voor familie Yilmas. 

Deskundigen zeggen dat ‘verslaving’ dit met hem doet.
“De ziekte die hij heeft heet verslaving.” 

Hoe zien jullie de toekomst voor je?
Moeder: “Voor mij is het het allerbelangrijkste dat Anwar beter wordt. Zo lang hij de ziekte heeft, leef ik wel, werk ik wel, doe ik wel, maar ik zal nooit volledig gelukkig zijn. Nee, echt niet. Mijn man en ik hebben er ook héél erge ruzies over thuis! Mijn zoon is ongelukkig, hij is ziek. Nee, dan kan ik niet gelukkig zijn. Ik kan niet meer met mijn volle hart leven. Als hij beter wordt, dan ben ik gelukkig.”

Kun je met je volle hart leven, ondanks dat je kind ziek is?
Vader tegen moeder: “Wat ze bedoelt is… Je kunt ook bepalen wat jóu gelukkig maakt. Want Anwar is hoe hij is. Kun je ook met je gedachten naar jezelf gaan?”

Ouders en zoon lijken elkaar gevangen te houden. 

Zoon: “Jullie zitten hier maar te zitten! Kijk hoe jullie erbij zitten, jullie lijken wel bejaarden! Jullie lachen niet, jullie léven niet!”
Ouders: “Dat kan niet! Als jij weer beter wordt, dan zijn wij trots, dan zijn wij ook gelukkig. Anders gaat het niet. Jij verscheurt ons.” 

Een levensgrote wens
Lisa: “Aan de buitenkant zul je het niet zien aan me, maar ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. Als ik aan het werk ben en er is niemand om me heen, huil ik. ‘In godsnaam, straks hebben ze hier camera’s!’ Wat zullen ze wel niet denken, ben ik hier aan het huilen? Voor mij is het gewoon een droom, een wens dat hij beter wordt.”

Papa, mag ik pinnen?
Al is Anwar volwassen, zijn ouders beheren zijn geld en nee, ze zijn geen bewindvoerder. Yusuf: “Zo lang hij thuis woont, beheren wij zijn geld. En zijn pinpassen. Want ik weet dat ik de hele maand heil heb in huis, elke dag, elke dag… Dan is het geld na een paar dagen op en valt hij ons de rest van de maand lastig. Dat is al een paar keer gebeurd, het is vier keer misgegaan, het was de hel voor ons.” 

Waarom wil deze jongeman dan toch graag het liefst thuis wonen?
“Omdat er dan meer geld voor hem te besteden is per maand dan wanneer hij op zichzelf gaat wonen. En het is hier een viersterrenhotel voor hem. Het zit hem in kleine dingen: we knippen zijn haar, wassen voor hem vier (!) handdoeken na één douchebeurt, smeren zijn broodjes. Hij moet leren eigen verantwoordelijkheid te nemen.”

“Wanneer ga je nou een keer dood?”, is wat vader vaak te horen krijgt. Vader Yilmas: “Dan krijgt hij al zijn geld, hoeft hij niets meer te overleggen en heeft hij zijn eigen leven. Het is een van de zwaarste dingen die je te horen krijgt, dat je eigen kind wil dat je doodgaat.” Vader voelt dit als een zware ballast. “Wat als ik doodga en mijn vrouw hier alleen voorstaat? Dit houdt ze niet vol!”

Gelukkig komt moeder als een oersterke vrouw over. Ze probeert met man en macht iets van haar leven te maken, probeert - met alle goede intenties - alle liefde aan haar kinderen te geven en leeft op hoop en vertrouwen in de toekomst. Gelukkig is ze gezegend met een engeltje op haar schouder. Als ze het moeilijk heeft, bidt ze tot hem.

I rest my case.

Alles is liefde.
Dus dit ook.

Note Wendy: ik heb bewust zo oordeelloos mogelijk verslag gedaan van deze situatie. Ik ben geen psycholoog of anderszins erkend om me hier professioneel over uit te laten. Wel merk ik dat het kunnen vertellen van het hele verhaal en vervolgens teruglezen van het levensverhaal, de familie (ouders en zus) heeft geholpen. Ik schreef het volgende gedicht erover.

VERSLAAFD
TROTS IN DE OGEN
ALS JE DENKT AAN DE BABYJAREN
OORLOG IN DE OGEN
ALS JE DENKT AAN DEZE DAGEN
ALTIJD STRIJD
IN JE BINNENSTE
EN JE BUITENSTE
BIJ JEZELF
EN JE DIERBARE
BINNEN- EN BUITENHUIS
EEN STRIJD
DIE NIET TE TEMMEN LIJKT
TENZIJ…
HET LUKT, MAG, DURFT EN KAN
NAAR DIEPERE LAGEN TE BEWEGEN
WAAROM GEBEURT ER
WAT ER GEBEURT
ECHT EERLIJK KIJKEN
IEDER OP ZIJN BEURT
HOUD HOOP
HEB MOED
KIJK VOORUIT
GELOOF IN VOORSPOED
WERKELIJK VERANDEREN
WAARACHTIG
TEVREDEN EN RUSTIG
DOOR HET LEVEN WANDELEN
DAT IS WAT IK WENS
VOOR JOU EN MIJ ALS MENS
HET LEVEN IS ONS GEGEVEN
LATEN WE HIER VOOR KNOKKEN EN
VOL VERTROUWEN EN BETERSCHAP LEVEN.


Meer info

Ben of ken je iemand die kampt met verslaving? Hier vind je waardevolle informatie. Praat erover, ga met je verslaving aan de slag. Je bent niet je verslaving. Ik stuur je heel veel liefde en kracht om weer bij jezelf te komen. 

PDD-NOS pakt bij iedereen weer anders uit, natuurlijk. Toch zijn er ook veel raakvlakken en juist de herkenbare punten kunnen je kracht, hoop en vertrouwen geven. Deze sites vond ik heel waardevol: deze en deze.

-----

De namen zijn om veiligheids- en privacyredenen gefingeerd. 

-----

Dit is de eerste in een reeks openhartige, waarachtige verhalen. Ben of ken je iemand met zo’n verhaal dat het waard is om gedeeld (geheeld?) te worden… dan hoor ik graag van je! Je vindt mijn gegevens hier

-----

 

Photo by Nik Shuliahin on Unsplash (jongeman)
Photo by Annie Spratton Unsplash (rozen)

MEER ALS DIT?
Op Instagram vind je WendyRaakt met veel gedichten. Ook zijn kaartgedichten te koop en je vindt ze hier. Ook schrijf ik gedichten op maat. Neem  gerust contact met me op. 

PS Op de teksten van WendyRaakt rust het auteursrecht. Wil je dus iets gebruiken, mensen helpen raken, delen? Graag! Maar altijd even een berichtje aan mij en vermeld WendyRaakt als afzender. Een tag in een social mediabericht helpt mij meer impact maken. Dank je wel voor je (begrip en) support!

Gepubliceerd op 26 augustus 2020

Geschreven door: WendyRaakt